De agrarisch ondernemer en de natuur

5 april 2025

De agrarisch ondernemer en de natuur

Sinds 2016 is er een systeem om agrarische ondernemers te helpen om niet alleen economisch maar ook meer ecologisch te ondernemen. Noem het een accent verschuiving na decennia van intensivering en kostenverlaging van de productie.

In een paar woorden en simpel uitgelegd houdt het systeem in dat er financiële compensatie is voor het laten of juist treffen van maatregelen.

Een voor iedereen zichtbaar voorbeeld is de weidevogelbescherming.
De grutto en kievit kunnen zich niet aanpassen aan de huidige wijze van landbouw en worden geholpen met allerlei maatregelen om succesvol te broeden en te overleven. Plasdras weilanden zijn een manier om de vogel centraal te stellen en de productie van boter, melk en kaas op de tweede plaats te zetten. Later maaien biedt ook goede resultaten.

Onlangs zijn de resultaten van 6 jaar agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb) gepubliceerd. Verantwoordelijk voor het onderzoek zijn WUR (Wageningen Environmental Research) en SOVON (kenniscentrum van in het wild levende vogels).
De conclusies komen overheen met wat in de praktijk wordt ervaren: daar waar zwaar natuurbeheer is, werkt het en zorgt het voor verbetering.
De overheid is aan zet om zwaar natuur- en landschapsbeheer tot een haalbare en aantrekkelijke opgave te maken voor boeren en collectieven.
Een bijkomstigheid van dit evaluatierapport is dat diverse organisaties de inhoud van dit rapport oppikken en vervolgens voorstellen in de media publiceren hoe de budgetvergroting voor het agrarisch natuurbeheer ingezet kan worden. Leidend in deze artikelen is het getal van €500 miljoen per jaar voor uitbreiding van maatregelen in heel het land.

Dit zou betekenen dat de agrarische natuurverenigingen er veel werk bij krijgen. Enerzijds door de huidige leden te ondersteunen bij uitbreiding van het natuur- en landschapsbeheer, maar ook door het vinden van nieuwe deelnemers.
Dit alles hangt sterk af van de uiteindelijke verdeling van deze € 500 miljoen over het land en binnen welke kaders het uitgegeven kan worden. Ik noem dan specifiek de Natura 2000 gebieden en de gebiedsgerichte aanpak.Het landelijke beeld komt heel sterk overeen met het Brabantse beeld. Ook in Brabant is maar een beperkte oppervlak van het agrarisch gebied bedekt met beheerpakketten voor agrarisch natuurbeheer. Dit zorgt niet voor een ommezwaai van de negatieve trend van boerenlandvogels in onze provincie. Maar op lokaal niveau is wèl geconstateerd dat agrarisch natuurbeheer een positief effect heeft op de aantallen en de diversiteit van de broedende boerenlandvogels.Eén van die gebieden waar zo’n positief effect is behaald, ligt in het Land van Heusden en Altena. Daar is met Europese en provinciale subsidie vanaf 2017 tot 2023 in het kader van het PARTRIDGE-project, 10% van het gebied (met een oppervlakte van 500 hectare) belegd met agrarisch natuurbeheer. Het is misschien wel het best gemonitorde gebied van Nederland.
Uit de monitoring blijkt dat, vergeleken met gebieden zonder beheer, heel goede resultaten bereikt worden. Daarvoor zijn nodig: voldoende oppervlakte, kwalitatief hoogwaardig agrarisch natuurbeheer en een heel goede begeleiding van de deelnemers.Boeren Natuur Brabant (BNB) hoopt dat met de extra middelen voor het ANLb zwaar natuurbeheer toeneemt: qua oppervlakte en in de meest kansrijke gebieden.
Voor de akkervogels richten we ons op zgn. kerngebieden waar we het beheer concentreren om tot een bedekking van 10% van het gebied te komen. Zodoende kunnen de aantallen akkervogels en de diversiteit stabiel blijven of zelfs toenemen.
Verder zal BNB extra investeren in verdere scholing en opleiding van veldcoördinatoren en vrijwilligers om zodoende de kwaliteit van het beheer te verhogen en de tellingen te verbeteren.